Met mij gaat het prima

Dat is zo’n beetje het antwoord dat vrienden en kennissen krijgen als ze vragen hoe het met me gaat. En dat werkt prima voor mij. De meesten stoppen na dit antwoord wel met vragen stellen. De meeste mensen maar niet iedereen.

Van de week zat ik met mijn twee volwassen dochters en een vriendje die er al heel lang is (wanneer ga je iemand schoonzoon noemen?) in de trein.

De gesprekken waren luchtig. Een dochter keek verstrooid uit het raam, de ander probeerde een deadline voor een werkstuk te halen, ‘schoonzoon’ was vast van plan het record onafgebroken praten te breken en ik las wat diagonaal in een boek over gezond langer leven. Opeens ontstonden er krassen in dit filmische ‘familie plateau’. Mijn maag speelde op. Ik had er net zo’n Levodopa tabletje ingegooid met een klein slokje water. Een klein slokje omdat ik niet de hele tijd in de trein naar de WC wilde. Een ernstige misrekening. Pillen en een lege maag gaan namelijk niet goed samen, wist ik. Normaal ga ik – als mijn maag protesteert – even liggen. Dat helpt. Maar waar doe je dat in een trein? Op die vraag wist mijn lichaam het antwoord wel. Ik werd wakker in het gangpad. Flauwgevallen dus. 

Hevig geschrokken kids om me heen, 2 conducteurs die allerlei vragen op me afvuurden in mijn gangpad en reizigers die op hun stoelen stonden om maar niets te missen. Ik wist natuurlijk weer niets beters te bedenken dan te roepen dat ik me prima voelde, dat dit me wel vaker over komen was en dat we gewoon lekker verder konden reizen.

Maar het vreemde is, hoe laconieker ik ben op zo’n moment, hoe meer zorgen mijn omgeving zich lijkt te maken. Op het volgende station stonden dan ook zo’n twintig NS’ers op mij te wachten plus een ambulance. Ik pakte vlotjes mijn rugzak, sprong uit te trein en legde die lieve professionals uit dat dit heus allemaal niet nodig was. Ik had gewoon te weinig gedronken. Kan gebeuren toch? Ik voelde me prima een wilde graag verder reizen.

De ambulance broeders legden me geduldig uit dat ze eerst zeker wilden weten dat er niets met me aan de hand was voor ze me lieten gaan en ook mijn dochters zeiden dat ze dit niet nog een keer mee wilden maken. Ze hadden inmiddels ook al mijn vrouw gebeld – de monsters -, die meteen in de auto wilde springen om me op te halen. Maar ik voel me prima, zei ik nog steeds tegenstribbelend.

Enfin, na een kort lichamelijk onderzoek en een ECG (hoe krijg je in godsnaam die plakstrips weer los van je borsthaar?) mocht ik weer de trein in, naar oma.

Mijn vrouw zei me later dat het soms best lastig is om met iemand om te gaan die alles weglacht en waarmee het altijd ‘prima’ gaat. Ik zei dat ik dat begreep en ben me daarna een kwartier als een patiënt gaan gedragen.

“Ik voel me niet zo lekker, zal ik maar naar bed gaan”

“Waarom overkomen mij dit soort dingen altijd?”

“Het is zo oneerlijk dat ik Parkinson heb”

“Let maar niet op mij, ik ben gewoon een beetje chagrijnig/depressief”

“Hou je nog van me als dit erger wordt?”

Na een kwartier werd ze al gillend gek.

Met mij gaat het dus prima.

Carry on

Auteur: Henri

Mijn naam is Henri van der Dussen (1966). Ik heb zelf Parkinson en ben actief op zoek naar manieren om mijn symptomen zoveel mogelijk onder de duim te houden. Ik eet verstandig, vermijd stress zoveel mogelijk en sport fanatiek. Mijn doel is om mijn leven te leiden zoals ik het wil leiden. Ik ben ondernemer en organisatie adviseur, maar ook vader van drie kinderen en man van een geweldige vrouw. Ik reis graag, hou van sporten en nieuwe dingen doen. Parkinsonboksen is daar één van.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *